Garagedeur

Foto Grand Foulard

Ik heb iets met garagedeuren. 

Als kind bekraste ik eens de garagedeur van meneer en mevrouw de Kok, die op de hoek woonden, aan het eind van de brandgang. Het waren een beetje chique mensen, hoewel ze in eenzelfde soort huis woonden als wij, maar dan wel een hoekwoning, met een garage. Ze hadden geen kinderen, maar meneer de Kok had wel een elektrische trein op zolder, maar die heb ik nooit gezien. 

Mevrouw de Kok kwam bij m’n moeder op bezoek om te praten over de bekraste garagedeur. In plaats van straf kreeg ik een oranje-gele bulldozer, van het merk Tonka. 

Ik weet niet hoe ze erachter gekomen is, dat ik het was, van die krassen. Misschien was ik zo naïef om m’n naam in de verf te kerven, misschien heeft ze een vriendje in z’n nekvel gegrepen en net zolang gemarteld totdat hij uit de school klapte. 

De goede band die mevrouw de Kok met m’n moeder had, heeft me waarschijnlijk eenzelfde lot bespaard. Met die bulldozer heb ik niet veel gespeeld. Hij gaf me een verkeerd gevoel. Soms voel ik het nog, als ik naar een garagedeur kijk.

Dood (2)

Af en toe figureer ik in een speelfilm of televisieserie. Althans, dat probeer ik. Het is namelijk helemaal niet zo eenvoudig om voor een figurantenrol geselecteerd te worden. Ook al hoef je niet meer te doen dan ergens te staan, lopen of zitten, je moet wel worden gecast. Soms lukt dat, meestal niet. Ook gisteren kreeg ik weer een afwijzing te verwerken. En dat terwijl ik alleen maar ergens dood op de grond zou moeten liggen. Kat in het bakkie, dacht ik. Niet dus. Er stond geen reden voor de afwijzing in de mail. Waarschijnlijk was er te veel animo, houd ik mezelf voor, hoewel de gedachte dat ik niet geschikt ben voor dode eigenlijk meer troost zou moeten bieden.

Fotocollectie Grand Foulard

Het blijft merkwaardig om een dode te fotograferen. Alsof je iemand bij leven niet of te weinig hebt gefotografeerd en dat manco probeert te herstellen. Wat moet je met zo’n foto?

Tot vroeg in de twintigste eeuw was het vrij gebruikelijk om iemand op zijn of haar doodsbed te (laten) fotograferen. De overledene werd keurig opgebaard, met gevouwen handen, gekamde haren, soms omringd met bloemen. De meeste mensen hadden zelf geen fototoestel, dus werd een echte fotograaf opgetrommeld. Met een foto werd het laatste eerbetoon vereeuwigd.

Misschien gebeurt dat nog steeds, misschien staan er op veel smartphones of in de cloud duizenden van dergelijke foto’s. Maar ik vermoed dat ze door niemand worden gezien. Waarom zou je de dood in de ogen willen kijken?

Voyeur

Schieten op de kermis, ik heb het nog nooit gedaan. Wel moet ik altijd even kijken. De schiettent blijft fascinerend. Niet zo’n tent waar je op ballonnen, plastic plaatjes of gipsen staafjes moet schieten. Nee, de echte schietkraam levert bij elke voltreffer een fraaie foto op.

Fotocollectie Grand Foulard

Ik heb inmiddels een flinke verzameling, uit allerlei landen, maar het beeld blijft fascinerend: de geconcentreerde, bijna verbeten blik van de schutter, en de afwachtende, gespannen, opgewonden, verveelde, soms nogal dwaze blik van de toeschouwers.

Fotocollectie Grand Foulard

Wat maakt die foto’s toch zo boeiend? Ik denk omdat ze niet geposeerd zijn. Meestal zijn mensen zich bewust van de fotograaf. Ze nemen een houding aan, ze trekken hun fotogezicht. Bij een schiettentfoto vergeten ze dat: volledig geconcentreerd op het spektakel vergeten ze de camera, ontgaat hen de lens. Dus kijk je niet naar een foto, maar naar echte mensen. Dat maakt mij, de kijker, een voyeur.

Fotocollectie Grand Foulard
Fotocollectie Grand Foulard
Fotocollectie Grand Foulard

Op 18 november 2021 overleed ‘luchtbuks’ Ria uit Tilburg, op 101-jarige leeftijd. Vanaf haar zestiende schoot ze elk jaar op de kermis, in totaal 85 keer raak. De foto’s werden door Erik Kessels gebundeld en uitgegeven in zijn In almost every picture-serie. Later werd de fotoserie aangekocht door het Stedelijk Museum Amsterdam. Ria bleef haar lange leven lang ongehuwd en kinderloos. ‘Sommige mensen doen aan seks, ik schiet,’ gaf ze als verklaring. En ik? Ik schiet niet, ik kijk. 

Masker

Fotocollectie Grand Foulard

Liliane. Ik moest erom glimlachen, om die naam op die tutu. Alsof je na een aantal jaren je eigen dochter niet meer zou herkennen. ‘Ach ja, onze Liliane, bij die balletvoorstelling… Wat deed ze het goed.’

Ik vraag me af of ouders van nu ook de naam van hun gemaskerde kinderen op de foto schrijven. Denken we later met weemoed terug aan deze tijd? Of hebben we dan de mondkapjes, de social distancing en de teststraten uit ons geheugen gewist?

Dit artikel werd ook gepubliceerd in REALmag #7 over weemoed

Te intiem

Fotocollectie Grand Foulard

Tussen een stapel oude foto’s vond ik deze. Het is een polaroidfoto. Een vrij vroeg exemplaar, met een nostalgisch kartelrandje. Zonder dat randje zou ik de foto veel recenter gedateerd hebben. Dat leren jasje, zulke laarsjes, dat minuscule leren broekje met een rits … Dat soort types zie je ook tegenwoordig nog in Amsterdam of Berlijn lopen, tijdens de Gay Pride Parade, en waarschijnlijk ook op feesten waar ik nooit kom.

Ik was het vrijwel vergeten, polaroid, maar eigenlijk, besef ik nu, is er geen intiemere vorm van fotografie denkbaar: het is vrijwel zeker dat de gefotografeerde man zelf de foto heeft vastgehouden. Dat gegeven maakt die foto veel meer dan een tastbare herinnering van een moment. Ergens, waarschijnlijk onder tientallen vingerafdrukken van anderen, staan de vingerafdrukken van de man in zijn leren outfit. Misschien zou een hond de man zelfs nog kunnen ruiken.

Helaas vind ik de foto niet erotisch, hooguit moet ik er een beetje om lachen. Dat is eigenlijk niet gepast. Bij een gewone foto kan dat nog, lachen om belachelijke brillen, ouderwetse kapsels, verkeerde mode, maar bij een polaroid lach je eigenlijk om de afgebeelde persoon zelf. Er is namelijk maar één foto van exact dat moment, met de geur en de vingerafdrukken en de vervlogen reflectie van de ogen van de gefotografeerde persoon die ooit zelf naar de foto keken. Intiemer kun je als buitenstaander niet naar iemand staren. Misschien is dat een beetje te veel van het goede.

Kunstenaar/fotograaf Paul de Nooijer (1943) werkte veelvuldig met polaroid, onder andere in de 8mm-film ‘Transformation by holding time’ uit 1976. In 1978 begeleidden twee van zijn tableaus met erotische polaroidfoto’s een redactioneel artikel in het Duitse blad Photo, over het commerciële succes van de Polaroid SX-70 camera: dat was mede te danken aan de rage om je partner binnenskamers naakt of in gewaagde outfits te fotograferen.

Liggen in het gras

Fotocollectie Grand Foulard

Ze weet dat hij er staat, met zijn camera. Ze heeft haar rechteroog net genoeg geopend om zijn silhouet tegen het felle zonlicht te herkennen. Ze gunt hem zijn pleziertje om haar zogenaamd slapend vast te leggen.

Pied-de-poule, zo heet het patroon van haar minirok. Of eigenlijk is het een mantelpakje, maar het jasje heeft ze uitgedaan. Het is warmer dan ze had verwacht toen ze met haar verloofde op pad ging. Het liefst zou ze haar turtleneck-truitje ook uit doen, maar voor topless is het nog een decennium te vroeg.

Ik werd in die tijd geboren, twintig jaar te laat. Hoewel, ergens diep in mijn onderbewustzijn ligt een herinnering opgeslagen aan mijn platinablonde tantes die mij op hun mini-gerokte dijen paardje lieten rijden, zodat ik – zandweg… hobbelweg… gat in de weg! – met mijn hoofdje achteroverviel, tussen hun in Wonderbra verpakte borsten.

Dit artikel werd ook gepubliceerd in REALmag #7 over weemoed

Humor

In een sketch van de Ierse komiek Dave Allen (1936-2005) wordt een priester benaderd door een gluiperige kerel. ‘Dirty pictures?’ vraagt de kerel. De priester maakt een afwerend gebaar, maar de kerel blijft aandringen. Uiteindelijk opent de priester zijn toga en toont een verzameling pikante foto’s. ‘All right then, how many?

Omkering is een door cabaretiers veelgebruikte methode om mensen aan het lachen te maken. Het werkt ook in het dagelijks leven. Iets wat haaks staat op de norm, op wat we gewend zijn, werkt blijkbaar op de lachspieren. Een vrouw met een pijp, bijvoorbeeld.

Fotocollectie Grand Foulard

Overigens is dat bij diverse volkeren geen omkering, dus daar zal niemand om zo’n foto moeten (glim)lachen.

Volwassenen die zich als kinderen gedragen vinden we (soms) ook grappig. Maar het moet er niet te dik op liggen, anders vinden we het kinderachtig.

Fotocollectie Grand Foulard

Andersom, kinderen die zich als volwassenen gedragen, vinden we meestal weer wel grappig. We hebben er een speciaal woord voor: ‘eigenwijs’, grappig én een beetje brutaal.

Fotocollectie Grand Foulard

Overigens is dat oordeel tijdgebonden. Kinderen die roken vinden we tegenwoordig niet zo gauw eigenwijs, de ouders eerder onverantwoord.

Roeiboot

We hebben de neiging om foto’s te maken van het afwijkende. Dingen die we dagelijks meemaken, handelingen die we regelmatig uitvoeren, zien we meestal over het hoofd. Te saai.

De meeste mensen zitten maar een paar keer in hun leven in een roeiboot. Dus tijd voor een foto. Meestal wordt die genomen aan het begin van de tocht, want na een tijdje is het wel duidelijk: roeien is heel vermoeiend en eigenlijk best saai.

In een roeiboot, fotocollectie Grand Foulard

Tent

Vrouw bij tent, fotocollectie Grand Foulard

Vakanties van vroeger associeer ik vooral met geuren. Niet met de zon op mijn huid, niet met zeezand op mijn boterham, niet met het geluid van joelende kinderen.

Dat komt, denk ik, door de tent. Een zespersoons bungalowtent met enorme plastic ramen waardoor de wereld er gekreukeld uitzag. Het gevaarte van meer dan veertig kilogram lag het hele jaar achter het schot, tussen spullen die we ooit nog dachten te kunnen gebruiken. Half juli werd hij in de achterbak van onze auto geladen, die daardoor meteen gevuld was. De obscure holtes werden door mijn moeder vakkundig gevuld met rollen toiletpapier, pakken toverrijst en Douwe Egbertskoffie. De rest moest in de auto, waardoor mijn broers en ik klemvast kwamen te zitten tussen beautycase, slaapzakrollen en luchtbedpomp.

Op de camping werd de zak met de tent na een jaar rijpen ontsloten en golfde het aroma van de vorige vakantie ons tegemoet. De tent is er niet meer. De geur is verloren gegaan. En ook al weet ik nog precies hoe hij rook, ik zou hem met geen mogelijkheid kunnen omschrijven.

Dit artikel werd ook gepubliceerd in REALmag #7 over weemoed

Pech

Jongen met halve fiets, fotocollectie Grand Foulard

Het lijkt een trucagefoto, met dat scherp afgesneden frame, alsof de rest – het stuur, de voorvork en het voorwiel – vakkundig zijn weggefotoshopt, maar ik vermoed dat het een ‘echte’ foto is. De fotograaf staat vermoedelijk te gieren van de lach achter zijn camera, maar bij de jongeman die het gehalveerde rijwiel vasthoudt kan er geen lachje vanaf. Sterker nog, hij lijkt geïrriteerd en weet er voor de foto nog een neutrale blik uit te persen.

Zijn ze met z’n tweeën op fietsvakantie? In die tijd – kort na de Tweede Wereldoorlog – ging je niet kamperen zonder dolk. Leende hij de fiets van zijn moeder, omdat die beter was dan zijn eigen barrel? Maar de fiets van ma bleek niet bestand tegen de zware beproeving van vele kilometers per dag en brak in tweeën. Na de eerste schrik begon de vriend te lachen. Het slachtoffer was nog niet zover. Gelaten liet hij zich fotograferen. Later zou ook hij om het voorval kunnen lachen, elk jaar een beetje meer.