Rollebollen

Fotocollectie Grand Foulard

Deze kocht ik op een website voor verzamelaars. Met die aangesneden hoofden en rommelige compositie moet deze foto het hebben van het effect op de zintuigen. Een warme julidag. Ik voel en ruik het gemaaide gras dat ligt te drogen, ik hoor de kreten van plezier, ik zie de wereld tollen na te veel koprollen.

Fotocollectie Grand Foulard

Vanuit mijn behoefte om te ordenen koop ik korte tijd later een tweede foto van rollebollende kinderen. Pas na ontvangst zie ik dat het dezelfde kinderen zijn, en dezelfde moeders. Niet zo bijzonder, als de handelaar ook dezelfde was geweest. Maar de eerste foto komt van een man uit Normandië, de tweede van een vrouw uit Auvergne-Rhône-Alpes. Vijfhonderd kilometer van elkaar verwijderd. Er is vast een verklaring voor, maar dat ik tussen het aanbod van 1,7 miljoen foto’s op twee verwante foto’s stuit, beschouw ik als een mirakel. Meestal gaat weemoed gepaard met een warm gevoel, nu met een koude rilling.

Liggen in het gras

Fotocollectie Grand Foulard

Ze weet dat hij er staat, met zijn camera. Ze heeft haar rechteroog net genoeg geopend om zijn silhouet tegen het felle zonlicht te herkennen. Ze gunt hem zijn pleziertje om haar zogenaamd slapend vast te leggen.

Pied-de-poule, zo heet het patroon van haar minirok. Of eigenlijk is het een mantelpakje, maar het jasje heeft ze uitgedaan. Het is warmer dan ze had verwacht toen ze met haar verloofde op pad ging. Het liefst zou ze haar turtleneck-truitje ook uit doen, maar voor topless is het nog een decennium te vroeg.

Ik werd in die tijd geboren, twintig jaar te laat. Hoewel, ergens diep in mijn onderbewustzijn ligt een herinnering opgeslagen aan mijn platinablonde tantes die mij op hun mini-gerokte dijen paardje lieten rijden, zodat ik – zandweg… hobbelweg… gat in de weg! – met mijn hoofdje achteroverviel, tussen hun in Wonderbra verpakte borsten.

Dit artikel werd ook gepubliceerd in REALmag #7 over weemoed