Vaak, misschien te vaak heb ik ernaar gekeken, naar de YouTube-video ‘Oostende’ van Spinvis, het openingsnummer van het album ‘Tot ziens, Justine Keller.’ Justine Keller staat eigenlijk voor de Zwitserse actrice Marthe Keller. Net als Erik de Jong/Spinvis was ik verliefd op haar. We zagen haar voor het eerst in 1972, in de Franse televisieserie ‘De jonkvrouw van Avignon’. Ik was acht, Erik elf, dus ik maakte bij Marthe geen schijn van kans.
In de video – flarden van Oostende – komt het verlaten strand van het Lido voorbij, afgebakend door een witgeschilderd hekje, een poortje leidt naar zee. ‘Lido’, dat woord kan ik niet meer lezen zonder aan die video te denken. Mijn eigen weemoedige gedachten zijn erdoor verdrongen. De geschiedenis herhaalt zich nooit, maar Spinvis heeft weer gewonnen.
De Koninklijke Gaanderijen, eens bepalend voor de grandeur van de stad, nu vervallen tot weemoedige bouwsels. Ze werden aangelegd om Leopold II te beschermen tegen zon, wind en regen als hij met zijn gevolg van zijn chalet naar de Wellingtonrenbaan flaneerde.
De tweede koning van België hield van comfortabele verbindingen. Zo liet hij ook een ondergrondse tunnel aanleggen van zijn Koninklijke villa naar Villa Caroline, aan de overkant van de straat, om discreet zijn maîtresse Blanche Delacroix te kunnen bezoeken. Blanche was een zestienjarige prostituee toen ze Leopold in 1900 ontmoette. Leopold was toen 64. Direct na zijn overlijden, liet zijn opvolger Albert I de tunnel instorten.
Als je niet beter weet, zou je kunnen denken dat de gasten op het terras van Brasserie Albert hun garnalenkroketten coronaproof naar binnen werken, maar de houten bekistingen die de tafels van elkaar scheiden dienen ter camouflage van knalgele stutten. Ook de Koninklijke Gaanderijen staan op instorten.In het voorjaar van 2017 vielen ‘plotseling’ brokstukken uit het plafond. Zo plotseling was dat niet. De zuilengalerij, gebouwd tussen 1902 en 1906, is al jaren in verval. De stutten moeten erger voorkomen, in afwachting van de renovatie. Die wordt voortdurend uitgesteld. Want hoeveel gaat het herstel kosten, en vooral: wie draait ervoor op?
In afwachting van die beslissing loop je het risico om dodelijk getroffen te worden door een brok Euvillesteen, een brok Frans kalksteen waar Leopold meer dan honderd jaar geleden onderdoor is geschuifeld, op weg naar de paardenraces in het hippodroom. Kan het weemoediger?
Maar…. goed nieuws! In september 2025 is eindelijk de renovatie van de Koninklijke Gaanderijen gestart!
Langs de toegangsweg naar het strand staan manshoge zuilen van verweerd plexiglas. Ze zijn gevuld met kleurrijke stukken plastic en ander afval, netjes gesorteerd. Eén voor dopjes, één voor flesjes, één voor sigarettenpeuken. En, opvallend, één met niet-coronaproof afval ‘dat in of rond de mond heeft gezeten van onbewuste mensen’: mondkapjes, sigarettenpeuken, lepels, rietjes, bekers, blikjes.
De zuilen hebben als doel om ‘onbewuste mensen’ bewust te maken, maar natuurlijk werkt dat niet. Ze zullen bij die zuilen hooguit denken: blijkbaar zijn er idioten die mijn troep opruimen en ook nog de moeite nemen om die te sorteren. De organisatie die de zuilen heeft geplaatst, weet dat natuurlijk ook en doet door middel van affiches een beroep op de milieubewuste strandganger om na elke wandeling een beetje troep van een ander mee te nemen. ‘Zo houden we samen het strand schoon’.
Wat veel meer indruk maakt, zijn de trossen schoenen en slippers die aan een dranghek zijn geknoopt. De aanblik van dat schoeisel stemt weemoedig. Ik voel de neiging om het strand af te speuren naar de ontbrekende helften die nu ergens als een verweesde babyzeehond in de branding liggen te krijsen. Nu weet ik ook waarom die schoenen hier hangen en niet in een plexiglazen zuil zijn beland. Ze zijn niet weggegooid, maar verloren. Dat maakt een groot verschil.
Op het Vossenplein vind ik deze foto. Een vrouw in een gebloemde jurk kijkt naar een man in een zwembroek die zich voorover buigt naar een vrouw op een andere stretcher. De vrouw lijkt argwanend, ze heeft haar zonnebril ervoor afgezet. Een mislukte foto, zo zullen de mensen op de foto er later over oordelen. Toch wordt hij niet weggegooid. Hij wordt zelfs op de achterzijde van een notitie voorzien: la Panne, août 1963. Nu is de foto, zestig jaar later, op de rommelmarkt beland. Ik kijk om me heen. Waar is de handelaar bij wie ik kan afrekenen? Maar er is geen handelaar. De foto is in een doos beland, naast een oude koffer, een versleten kleed. Niemand wil hem hebben. Na zestig jaar eindelijk afgedankt. Ik mag hem zo meenemen. Voor niks. Dat maakte de schaamte alleen maar groter
Wat is dat toch, met de zee… Of ligt het aan de zon, het zand, de wind? Waarschijnlijk aan alles samen, wat we voor het gemak ‘een dagje aan het strand noemen’.
Aan zee doen volwassen mensen gekke dingen. Ze worden weer kind. Ze spelen met zand, ze spelen met water. Ze staan als meeuwen met hun armen gespreid tegen de gierende wind. Ze scheuren op skelters over de Zeedijk. Ze eten ijs en wafels. Ze gaan tegen een talud liggen om te genieten van de vroege voorjaarszon terwijl bulldozers een eindje verderop het strand ophogen.
Aan zee vergeten we wat we zijn, wie we denken te zijn. Aan zee worden we weer even onszelf.
‘Alexander von Humboldt’, lees ik op een schip in de haven van Oostende. Die naam komt me bekend voor, maar de Wikipediapagina doet eerlijk gezegd geen bel rinkelen. Hij was een belangrijk natuurvorser en ontdekkingsreiziger, dat heb ik er in ieder geval van opgestoken. Het schip dat zijn naam draagt, is een Hopper Dredger schip. Het verband tussen die twee ontgaat me, maar dat geldt eigenlijk meestal voor namen van schepen.
Von Humboldt – het schip – wordt ingezet om zandbanken voor de kust op te slobberen en die vervolgens over het strand uit te kotsen. Dat doet hij zo’n beetje elke vijf jaar, als het strand door erosie dusdanig laag is geworden dat de zee bij hoog water gevaarlijk dicht de dijk nadert.
De Von Humboldt pompt het zand, vermengd met water, door roestige buizen naar het strand. Daar loopt het water weg, het zand blijft achter. Bulldozers rijden vervolgens af en aan, van ‘s ochtends vroeg tot ’s avonds laat, om het zand op de juiste plek te krijgen. Alleen al voor het Oostendse strand hebben we het over 600.000 kubieke meter. Als u weleens anoniem twee kuub zand heeft besteld voor op de oprit van uw vervelende baas, heeft u een idee van de hoeveelheid.
Op het strand, ter hoogte van de renbaan, graaft een machine een metersdiep gat. Je hoeft geen Alexander von Humboldt te heten om te zien dat dit met de ophoging van het strand niks te maken heeft. ‘Voor een kabel’, meer wil een man met een veiligheidshelm er niet over kwijt. Op een website vol jargon ontdek ik de verklaring. Er komt een optische glasvezelkabel tussen Oostende en Winterton in Engeland. Blijkbaar heeft de Brexit niet alle verbindingen verbroken.
Da’s lang geleden… trekbal, ook wel zoom-zoombal genoemd. Een gadget uit de jaren zeventig, maar weer terug van weggeweest. Er was niet zoveel aan, kan ik me herinneren. De enige – misplaatste – lol bestond uit de handigheid om de touwen met zo’n felle beweging uit elkaar te trekken, dat de ovale bal met een harde klap tegen de handvatten van de ander knalde.
Fotocollectie Grand Foulard
Nee, dan was dit ding een stuk toffer! Het bestond uit een forse bril met plastic spijltjes in plaats van glazen, met daaraan een elastiek en een opblaasbare bal. Door middel van boksbewegingen moest je de bal voortdurend in beweging zien te houden, wat resulteerde in een continu geruk aan de bril. Na een kwartiertje boksen had je een merkwaardige afdruk van het montuur in je gezicht staan.
We kregen de boksbalbril tijdens de zomervakantie van 1971. Als ik me goed herinner werden ze verkocht bij het Kaufhaus in Trier. Echt een rage is het niet geworden. Nu ik de foto zie, begrijp ik ook wel waarom.
Schrale troost: de vrouw met de oneindig lange benen heet Odette Michel. In 1953 deed ze voor Zwitserland mee aan de Miss World verkiezing in de Lyceum Ballroom in Londen.