Weg ding

Foto: Grand Foulard

In maart verbleef ik in Oostende om er te schrijven aan mijn nieuwe roman. Tussen het schrijven door bezocht ik de plekken die ik kende. Het weerzien is een belangrijk aspect van mijn liefde voor deze stad, ze fungeren als bakens, ze geven me houvast.

Een van die bakens bleek verdwenen, slechts een afdruk restte, een kader van roest en vuil op de kade van het Montgomerydok. Ook die afdruk zal op termijn verdwijnen, door weer en wind, desnoods met hogedrukspuit en chemische oplosmiddelen. Maar ik vermoed dat er geen energie in gestoken zal worden. Het object dat het spoor achterliet werd ook aan zijn lot overgelaten. Elk jaar werd de glazen plaat met inscriptie verder onleesbaar, elk jaar brokkelden meer fragmenten van het ijzeren onderstel.

Ik heb nooit begrepen wat het was. Het leek op een vitrine, een tafeltje op kitscherige poten, gestileerd als muzieknoten. Het was een ding. Een ding voor Brel. De grootste Belgische zanger ooit. Het heeft er slechts drieëntwintig jaar gestaan. Het leek veel ouder, maar verwaarlozing komt het uiterlijk nooit ten goede. Nu is het weg. Iemand vond het een doorn in het oog. Restaureren had geen zin meer, opnieuw fabriceren zou goedkoper zijn, maar ook dat gaat niet gebeuren. Het ding is weg. Weg is weg. Brel is dood. Geen haan die er nog naar kraait.

Ding

Foto: Grand Foulard

Ik had gehoopt dat er iets aan gedaan zou zijn. Een likje verf, een nieuwe gedenkplaat, maar helaas. Anderhalf jaar geleden was de staat waarin het verkeerde al erbarmelijk, nu nog steeds.

Op de Visserskaai staat iets wat lijkt op een krakkemikkige serveerwagen, of een afgedankt winkelwagentje. Door een magneetvisser opgedregd uit het Montgomerydok, denk ik, maar het is iets anders.

Het ‘ding’ vormt het onderstel van een transparante gedenkplaat, door weer en wind vervaagd. Met enige inspanning valt te lezen:

Het water, de zee, de Noordzee, la mer du Nord,

de aarde, het land, de polders, le plat pays

en de haven, de kade als brug, als poort.

Naar een open horizon op de universele klanken

van Le Plat Pays, Jacques Brel (1962)

Een monument voor de grootste chansonnier aller tijden. In 2005 eindigde hij nog als eerste in de grootste Belg-verkiezing van de Franstalige omroep RTBF. Bij de Vlaamse variant eindigde Brel als zevende. Hij lag vanwege zijn cynische teksten niet bij alle Vlamingen even goed.

Aan de overkant van het water, op de kademuur van de Sir Winston Churchillkaai, zijn de beginnoten van ‘Le Plat Pays’ aangebracht. De eerste noot werd op 20 april 1999 geschilderd door burgemeester Jean Vandecasteele. Tweeënhalve maand later moest hij weer opdraven, nu om het bovenbeschreven gedrocht te onthullen. Miche, de weduwe van Brel, was erbij. Ik vraag me af wat er op dat moment door haar hoofd ging. Misschien wel een zin uit ‘De nuttelozen van de nacht’: hun onmacht is hun hoogste macht.

Sorry

Foto: Grand Foulard

In het Leopold II park staat het standbeeld ‘Sorry’ van de Belgische kunstenaar Guillaume Bijl. Honden kijken eerbiedig op naar Jack, een hond die in de Eerste Wereldoorlog als speurhond actief was bij de Engelse infanterie, en in 1918 in de omgeving van Ieper sneuvelde.

Zoals je dat tegenwoordig steeds vaker ziet, staat er ook bij dit kunstwerk een bord om het werk duiding te geven. Stel je voor dat je dat als beschouwer zelf moet doen. Volgens het bord staat het kunstwerk stil bij de geldigheid van monumenten. Beelden in de openbare ruimte zijn, zo staat er te lezen, steeds onderhevig aan de tijdgeest, en zogenaamde heldendaden kunnen na verloop van tijd in een ander daglicht komen te staan. Om te ervaren dat dit een waarheid als een koe is, hoef je slechts naar De Drie Gapers te wandelen. Maar dat de heldendaden van Jack over pakweg honderd jaar in een ander daglicht komen te staan en dat actiegroepen in het holst van de nacht zijn vacht met rode verf gaan besmeuren… Sorry Guillaume, dat gelooft geen hond. Of geen kat, zoals ze dat hier zeggen.