Hazegras

Foto: Grand Foulard/Google Street View

Oostende, in corona-tijd…

Op loopafstand van het station – waar anders? – zitten ze achter glas. De klandizie blijft weg. Het zijn zware tijden, nog zwaarder dan anders. Onnodig glimlachen of draaien met je kont is dodelijk vermoeiend, maar met de helft van hun gezicht achter filterpapier of fleurig katoen is het ondoenlijk om potentiele klanten te onderscheiden van de pottenkijkers.

De wijk heet het Hazegras. Het Hazenpad was misschien een betere naam, vanwege de klanten die er na een kwartier met de staart tussen de benen vandoor gaan, maar waarom zou je iets veranderen wat gaat verdwijnen?

De vrouwen moeten weg, al jaren. Ze zijn een doorn in het oog van projectontwikkelaars die hier betonnen woontorens willen neerplanten, zogenaamd om de wijk te verbeteren, maar ze verbeteren slechts hun bankrekening. Jarenlang is er al gehakketak, toch gaan ze de strijd winnen. De meeste vrouwen zijn al weg, in de Vooruitgangstraat zitten er nog een paar, in smoezelige bouwvallen, met uitzicht op grijze panelen. Vooruitgangstraat, zoiets verzin je toch niet? Halverwege blokkeren geel geschilderde betonnen blokken de doorgang van autoverkeer. Ze zijn veruit het best onderhouden onderdeel van de straat.

Er is een nieuwe locatie gevonden, op de oostelijke oever, uit het zicht, in een vervallen pakhuis. Het wordt gerenoveerd. Het wordt vast heel netjes, veilig en schoon. Hangaar d’Amour, een pakhuis voor levend vlees dat regelmatig gekeurd wordt. Toch nog vooruitgang.

Het oude Hazegras gaat verdwijnen. Kun je vooruitlopen op weemoed? Kun je missen wat er nog is? En is dat wel gepast, in dit geval? Misschien heeft mijn gevoel niets met weemoed te maken, maar is het gewoon valse romantiek.

Lido

Foto: Grand Foulard

Vaak, misschien te vaak heb ik ernaar gekeken, naar de YouTube-video ‘Oostende’ van Spinvis, het openingsnummer van het album ‘Tot ziens, Justine Keller.’ Justine Keller staat eigenlijk voor de Zwitserse actrice Marthe Keller. Net als Erik de Jong/Spinvis was ik verliefd op haar. We zagen haar voor het eerst in 1972, in de Franse televisieserie ‘De jonkvrouw van Avignon’. Ik was acht, Erik elf, dus ik maakte bij Marthe geen schijn van kans.

In de video – flarden van Oostende – komt het verlaten strand van het Lido voorbij, afgebakend door een witgeschilderd hekje, een poortje leidt naar zee. ‘Lido’, dat woord kan ik niet meer lezen zonder aan die video te denken. Mijn eigen weemoedige gedachten zijn erdoor verdrongen. De geschiedenis herhaalt zich nooit, maar Spinvis heeft weer gewonnen.

Net echt

Foto Grand Foulard

Ik ben misschien te laat geboren. Ik had Jacques Brel graag in het echt zien optreden. Misschien hier, in het Kursaal, in de zomer van 1963. Of bij zijn legendarische afscheid in het Parijse Olympia, in oktober 1966. Veel mensen denken dat hij daarna stopte. Ze herinneren zich zijn dankwoord na afloop. Moe en bezweet verscheen hij in zijn gestreepte peignoir voor het publiek dat twintig minuten lang zijn naam bleef scanderen: ‘Jacky! Jacky!’ Maar na Olympia volgden nog optredens in Brussel, Marokko, Québec. Zijn allerlaatste optreden was in het casino van Roubaix, op 16 mei 1967.

Ik heb geen memorabele optredens mogen meemaken. Of toch. Begin jaren tachtig. Toontje Lager in de Heerbaan, een sporthal in Breda. Mijn eerste concert, misschien is het me daarom bijgebleven. Ik was negentien. Ze speelden ‘Stiekem gedanst’. De gitarist deed een solo met zijn gitaar achter in zijn nek, meisjes vielen flauw, er werd er zelfs een met een ambulance afgevoerd. Het was net echt.

Balans

Fotocollectie Grand Foulard

Opgetild worden is fijn. Vanaf de schouder van je vader of moeder, de veiligste plek die je kunt bedenken, mag je de wereld vanaf grote hoogte aanschouwen. Alsof je even in de toekomst kijkt. Natuurlijk ben ik opgetild, vroeger, omdat ik nog niet kon lopen, omdat ik te moe was, of zomaar, alleen kan ik me dat niet meer herinneren. Dat geeft niet, misschien hoort dat zo.

Fotocollectie Grand Foulard

Misschien is het een veeg teken als ik me dat wél zou kunnen herinneren. Opgetild worden is leuk, maar op een bepaald moment moet je daarmee ophouden. Anders slaat de balans om van weemoed naar ongemak.

Rollebollen

Fotocollectie Grand Foulard

Deze kocht ik op een website voor verzamelaars. Met die aangesneden hoofden en rommelige compositie moet deze foto het hebben van het effect op de zintuigen. Een warme julidag. Ik voel en ruik het gemaaide gras dat ligt te drogen, ik hoor de kreten van plezier, ik zie de wereld tollen na te veel koprollen.

Fotocollectie Grand Foulard

Vanuit mijn behoefte om te ordenen koop ik korte tijd later een tweede foto van rollebollende kinderen. Pas na ontvangst zie ik dat het dezelfde kinderen zijn, en dezelfde moeders. Niet zo bijzonder, als de handelaar ook dezelfde was geweest. Maar de eerste foto komt van een man uit Normandië, de tweede van een vrouw uit Auvergne-Rhône-Alpes. Vijfhonderd kilometer van elkaar verwijderd. Er is vast een verklaring voor, maar dat ik tussen het aanbod van 1,7 miljoen foto’s op twee verwante foto’s stuit, beschouw ik als een mirakel. Meestal gaat weemoed gepaard met een warm gevoel, nu met een koude rilling.

Fris

Foto’s van alledaagse bezigheden zijn zeldzaam (zie: Gewoon dorst). Er zijn massa’s foto’s van vakanties, trouwerijen en feestjes, maar veel minder van mensen die afwassen, onkruid wieden of de kinderen van school halen. We leggen vooral het bijzondere op foto’s vast.

Vrouw hangt de was op, fotocollectie Grand Foulard

Ik heb slechts twee foto’s van wasgoed ophangende vrouwen in mijn archief, of eigenlijk drie, maar die derde telt niet omdat de foto niet werd gemaakt vanwege het ophangen van het wasgoed, maar vanwege de blote borsten van de vrouw.

Er wordt steeds minder wasgoed te drogen gehangen. Te bewerkelijk. Liever proppen we alles in een benauwde trommel. Daarmee dreigt een van de sterkste weemoed-stimuli verloren te gaan. Chemische wasmiddelen en wasverzachters hebben hetzelfde effect als een dagje drogen in de frisse wind, denken we. Welterusten.

Er is wel een keerzijde aan deze ontwikkeling. Nu wasgoed steeds minder vaak wordt opgehangen, neemt de kans op een foto toe. Digitaal, dat dan weer wel.

Dit artikel werd ook gepubliceerd in REALmag #7 over weemoed