Verscheurend

Fotocollectie Grand Foulard

Waarom verscheurt iemand een foto van een kind? Een moeder doet zoiets niet. Een vriendin? Zou kunnen. Uit jaloezie, uit haat. Of misschien had het kind toch al een vriendje en is het uit. Liefdesverdriet. Blijkbaar vond het ex-vriendje weggooien alleen niet voldoende. Eerst het rechteroog eraf, daarna het restantje nog in tweeën. Een bewuste handeling. Misschien heeft het meisje het zelf gedaan. Uit schaamte: op een bepaalde leeftijd vind je jezelf maar stom. Of misschien heeft iemand de foto verloren en was de vinder zo teleurgesteld dat hij de foto verscheurde.

Jaren geleden trad Koos Alberts op tijdens de Nijmeegse Vierdaagse. Vanuit zijn rolstoel zong hij zijn hit: ‘Ik verscheurde je foto…’ In het publiek – afgepeigerde Vierdaagse lopers – stond een grapjas op, die met theatrale bewegingen de publiciteitsfoto van Koos in tientallen snippers veranderde. Koos zag het, maar zong dapper door, zijn stem nog klaaglijker dan anders.

Foto’s verscheuren maakt me triest. Dat doe je niet. Niet als er iemand op staat. Een foto van een fruitschaal of een landschap verscheuren doet me niets, maar een portret…

Krukje

Ik had h’m bijna gekocht, deze foto. Op eBay werd hij aangeboden, voor een luttel startbedrag, maar in mum van tijd schoot de prijs omhoog. Ik heb nog wel deze digitale versie kunnen veiligstellen, maar het papieren exemplaar – volgens de eigenaar een originele afdruk uit de jaren zeventig – ging aan mijn neus voorbij. ‘Es handelt sich um ein künstlerisch wertvolles Foto, ein historischer Zeitzeuge, aus der ehemaligen DDR, um DDR-Kultur !!!’ schreef hij ter aanbeveling (en om geen gezeur met eBay te krijgen, want daar hebben ze het niet zo op bloot). Ik ben ervan overtuigd dat de bieders het worst was, dat geneuzel over de DDR. Billen zijn billen, borsten zijn borsten, of ze nu uit Oost-Duitsland komen of niet.

Het klinkt misschien ongeloofwaardig, maar mij ging het niet om de vrouw, maar om het krukje. Ook al is het een zwartwitfoto, ik weet dat het krukje blauw is, koningsblauw om precies te zijn. Het dekje is van kamelenhaar en de pootjes zijn van messing. Het krukje stond vroeger voor de kaptafel van mijn moeder. Nou ja, zo’n zelfde krukje dan.

De foto is ‘damals von einem Fotografen hergestellt, als Studios dienten die Wohnungen der Models und des Fotografen.’ Ik kies voor de woning van het model. De gedachte dat er vlezige fotografenbillen op het blauwe dekje gezeten hebben, is onverdraaglijk.

Roze

Ik heb één babyfotoalbum. Het heeft een roze kaft. Verwachtten mijn ouders een meisje? Waren ze progressief? Of was het in de aanbieding? Waarschijnlijk dat laatste. Het boek begint met foto’s van mijn doop, daarna volgen foto’s van de eerste keer in het badje, de eerste keer in de box en de eerste keer vast voedsel (mijn moeder stond het vast niet toe dat haar blote borst werd gefotografeerd). Daarna volgen in rap tempo foto’s van verjaardagen één tot en met twaalf, een paar schoolfoto’s en wat vakantiefoto’s (Zwarte Woud, Ardennen, Zeeuwse kust).

De voorgedrukte teksten om de ouders te helpen bij het noteren van belangrijke momenten zijn niet optimaal benut. Zo weet ik dat ik na zes weken vier kilogram en vierhonderd gram woog, maar wanneer ik voor de eerste keer lachte of mijn handjes ontdekte blijven onvermeld. Achterin het boek is ruimte voor notities over inentingen tegen (kinder)ziekten, maar die is volgeplakt met vakantiefoto’s: Paul, Frits en ik, duimend in onze slaapzakken, ik in een te grote zwembroek met een visnetje in de branding. ‘Tyfus en paratyfus, kinderverlamming’ staat eronder in drukletters en daarachter, handgeschreven: ‘Zoutelande, 1970’.