Balans

Fotocollectie Grand Foulard

Opgetild worden is fijn. Vanaf de schouder van je vader of moeder, de veiligste plek die je kunt bedenken, mag je de wereld vanaf grote hoogte aanschouwen. Alsof je even in de toekomst kijkt. Natuurlijk ben ik opgetild, vroeger, omdat ik nog niet kon lopen, omdat ik te moe was, of zomaar, alleen kan ik me dat niet meer herinneren. Dat geeft niet, misschien hoort dat zo.

Fotocollectie Grand Foulard

Misschien is het een veeg teken als ik me dat wél zou kunnen herinneren. Opgetild worden is leuk, maar op een bepaald moment moet je daarmee ophouden. Anders slaat de balans om van weemoed naar ongemak.

Voor niks

Fotocollectie Grand Foulard

Op het Vossenplein vind ik deze foto. Een vrouw in een gebloemde jurk kijkt naar een man in een zwembroek die zich voorover buigt naar een vrouw op een andere stretcher. De vrouw lijkt argwanend, ze heeft haar zonnebril ervoor afgezet.
Een mislukte foto, zo zullen de mensen op de foto er later over oordelen. Toch wordt hij niet weggegooid. Hij wordt zelfs op de achterzijde van een notitie voorzien: la Panne, août 1963. Nu is de foto, zestig jaar later, op de rommelmarkt beland.
Ik kijk om me heen. Waar is de handelaar bij wie ik kan afrekenen? Maar er is geen handelaar. De foto is in een doos beland, naast een oude koffer, een versleten kleed. Niemand wil hem hebben. Na zestig jaar eindelijk afgedankt. Ik mag hem zo meenemen. Voor niks. Dat maakte de schaamte alleen maar groter

Déjà vu

Eerder schreef ik hoe ik een tafereel op een foto van een beroemde fotograaf (Au Bord de la Marne van Henri Cartier Bresson) dacht tegen te komen in het echte leven (blog ‘Reflecties’). Onlangs had ik opnieuw een déjà vu-ervaring, maar dan met een foto die ik op een veilingsite ontdekte….

Fotocollectie Grand Foulard

Meteen moest ik aan deze foto denken:

Diane Arbus, Child with Toy Hand Grenade in Central Park, N.Y.C. 1962.

Op de fameuze foto van Arbus staat een jongen met een waanzinnige grimas en een speelgoedversie van een Mk 2 handgranaat in zijn rechterhand.
Arbus kwam de jongen – Colin Wood – tegen in Central Park, New York. Ze maakte elf foto’s van hem.

Diane Arbus, contactvel

Op tien daarvan ziet hij eruit als een gewone jongen, alleen op die ene komt hij over als een angstaanjagend kind. En juist die foto maakte Arbus zeven jaar later openbaar: hij paste perfect in haar oeuvre: portretten van getormenteerde zielen, buitenstaanders, freaks.  In een interview noemde Colin Wood zijn gelaatsuitdrukking ‘exasperated’, intens geïrriteerd en gefrustreerd.

In 2015 bracht een originele print van Child with Toy Hand Grenade in Central Park, N.Y.C. 1962 bij een veiling van Christie’s in New York 785.000 dollar op. Voor zover bekend maakte Arbus zelf zeven afdrukken van het negatief. Postume afdrukken worden gemaakt door fotograaf Neil Selkirk, de enige die daartoe gemachtigd is. Ook voor die prints – gesigneerd door Dianes dochter Doon – moet je diep in de buidel tasten: op veilingen brengen ze zo’n 150.000 dollar op.

Strikt genomen is de amateurfoto ‘origineler’ dan de foto van Arbus. Hij werd bijna twintig jaar eerder gemaakt. Bovendien bestaat er vermoedelijk slechts één afdruk van en is het negatief waarschijnlijk verloren gegaan. Maar blijkbaar heeft dat op de waarde geen invloed: ik kocht de amateurfoto voor 1,25 euro.

Symboliek

In de Gouden Eeuw barstte het in de schilderkunst van de symboliek. Een dode boom verwees naar de dood, een hond naar (huwelijkse) trouw, een zeepbel naar de vergankelijkheid van het leven. En dan waren er nog massa’s verwijzingen naar erotiek en/of de geslachtsdaad: een vogel, een (lege) vogelkooi, een druiventros, eieren, een schip op zee, oesters, knoflook, een luit, een muis, een haas, een tuin met een fontein, voeten, kousen, de jacht, een fles… en zo kan ik nog wel even doorgaan. Heel vermoeiend, al die diepere betekenissen. Gelukkig speelt dat bij fotografie geen rol. Daar is een foto van een vrouw die een poes aait, gewoon een foto van een vrouw die een poes aait.

Fotocollectie Grand Foulard

Echt?

Fotocollectie Grand Foulard

Twee chic geklede mensen. Zij rookt een sigaret, hij een sigaartje. De vrouw kijkt in een dun boekje, met een gefascineerde, bijna schalkse blik. De man kijkt met haar mee en grinnikt. Waar kijken ze naar? Wat zien ze? Iets ondeugends, vermoed ik.

Ik twijfel. Is deze foto echt? Ik bedoel: geeft deze foto een spontaan moment weer, of is er sprake van enscenering? Ik ben geneigd om het laatste te geloven. Voor mij oogt de foto te mooi uitgelicht, te fraai van compositie, te perfect. En het stel lijkt zich totaal niet bewust van de fotograaf die nooit ver van hen af kan staan. De foto lijkt te mooi om echt te zijn.

Hij doet me denken aan de serie Un Regard Oblique van Robert Doisneau (1912-1994), een van de beroemdste straatfotografen uit het midden van de vorige eeuw. In 1948 verstopte Doisneau zijn camera in de etalage van een Parijse antiekwinkel en maakte een serie foto’s van de blikken van voorbijgangers op het vrouwelijk naakt in de etalage. Ook bij die serie heb ik zo mijn twijfels.

Robert Doisneau, Un Regard Oblique, 1948
Robert Doisneau, Un Regard Oblique, 1948

Doisneau heeft een indrukwekkend oeuvre nagelaten. Hij was opvallend vaak op het juiste moment op de juiste plek. Je kan ook zeggen dat hij ontzettend veel geduld had en wachtte tot het juiste moment zich voordeed. Maar het is ook bekend dat hij ‘het moment’ af en toe een handje hielp, zoals met De Kus, zijn iconische foto  Le Baiser de l’hôtel de ville uit 1950. Die opname was geen toevalstreffer, geen kwestie van het juiste moment op de juiste plaats. Hij liet twee acteurs-in-opleiding elkaar diverse malen zoenen tot hij de ultieme opname had gemaakt. Het resultaat is prachtig, maar helaas te mooi om echt te zijn.

Robert Doisneau, Le Baiser de l’hôtel de ville, 1950

Dreigend

Een foto maken kan iedereen, fotograferen is een stuk lastiger. Vroeger helemaal. Je had óf een fototoestel dat eenvoudig te bedienen was, maar vol gebreken zat, óf je had een camera die prachtige resultaten opleverde zolang je al die knopjes en instellingen maar kon doorgronden. En dan waren er ook nog allerlei regeltjes waaraan je je moest houden. Regeltjes over scherpte, scherptediepte, contrast en compositie die het plezier van fotograferen behoorlijk inperkten.

Fotocollectie Grand Foulard

Nóóit tegen de zon in fotograferen, was zo’n regeltje. Veel fotografen gingen dus het omgekeerde doen, met een dreigende slagschaduw en een verontrust kijkende vriendin als resultaat. Zo is onbedoeld menig romantisch rendez-vous als onaangename ontmoeting de (foto)boeken in gegaan.

Humor (2)

Als je denkt: dit wordt grappig, valt het meestal tegen. Humor kun je niet aan zien komen. Juist niet. Humor overvalt je.

In 2001 zag ik John Kraaijkamp in De Huisbewaarder (The Caretaker) van Harold Pinter. Kraaijkamp was vooral bekend als komiek. En ik geef toe: zijn hoofd kon je ook moeilijk loskoppelen van de lach. Maar De Huisbewaarder is een serieus toneelstuk waarin weinig te lachen valt. Het stel achter me probeerde dat toch. Geleidelijk evolueerde hun geforceerde bulderlach tot een zwak gegrinnik. Na de pauze kwamen ze niet meer terug.

Fotocollectie Grand Foulard

Waarschijnlijk werd deze foto tussen eind 1939 en begin 1940* gemaakt. Het begin van de Tweede Wereldoorlog. Ondanks of misschien wel vanwege de roerige tijden was er behoefte aan humor.

Ook ik moest om de foto lachen. Eerst hardop, daarna werd het een glimlach. En nog steeds moet ik glimlachen als er ernaar kijk, ook al weet ik wat erop staat. Soms werkt humor ook als je weet wat je te wachten staat.

Eigenlijk moet je dat niet doen, analyseren waarom iets grappig is, maar ik doe het toch. Volgens mij schuilt de humor hier niet in het kind dat zich als een volwassene gedraagt. Kinderen met een pijp of sigaret in hun mond vind ik meestal juist niet grappig. Het ligt er te dik op, de enscenering. Nee, de humor schuilt in de moeder, of beter gezegd: in de interactie met haar kind. Want juist haar doodserieuze blik – mijn kind rookt pijp en leest de Match, nou en? – is hilarisch.

*De datering baseer ik op het logo van Match, met een kapitale T. Het weekblad, dat voornamelijk op sport gericht was, had kort na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog een oplage van bijna anderhalf miljoen exemplaren en kostte twee francs. In juni 1940 stopte de uitgave. Drie jaar na beëindiging van de oorlog werd het tijdschrift weer uitgebracht, nu onder de naam Paris Match. Het logo kreeg een kapitale M en H. Het blad bestaat nog steeds, de oplage is met een miljoen afgenomen. Bij de datering ga ik ervanuit dat het tijdschrift niet jarenlang is bewaard en voor de foto tevoorschijn werd gehaald.

Doorschieten

Kleurenfotografie bestaat al veel langer dan de meeste mensen denken. Al in 1848 (!) maakte de Franse natuurkundige Edmond Becquerel een kleurenopname van het spectrum van zonlicht. De foto, die in het Musée Nicéphore Niépce in Chalon-sur-Saône wordt bewaard, toont inderdaad een fraaie ‘regenboog’, ook al zijn de kleuren inmiddels wat vervaagd.

Het grappige is: Edmond wist zelf niet hoe hij dat voor elkaar had gekregen. Een paar jaar geleden hebben wetenschappers ontdekt dat bij elke kleur licht nanodeeltjes van andere grootten en in andere hoeveelheden in het lichtgevoelige zilverchloride worden gevormd.

Fotocollectie Grand Foulard

Later kwamen er andere technieken om de kleuren vast te leggen en betere procedés om ze te fixeren. Maar het zou nog ruim honderd jaar duren voordat de consument met kleurenfotografie aan de slag kon. Tot die tijd had je voornamelijk zwart-witfoto’s die door steeds meer mensen saai werden gevonden. Dus hanteerden sommige fotografen niet alleen de camera, maar ook het penseel en de verfdoos. Het resultaat was niet zelden clownesk. Het inkleuren schoot een beetje door. Maar dat zie je vaker bij veranderingen.

Mislukt

Fotografie staat bol van de regeltjes. Plaats het onderwerp nóóit in het midden, bijvoorbeeld. In het midden is saai. Mensen die gevoel hebben voor compositie zetten het hoofdmotief op één derde van het beeld, dat is de regel. Westerlingen, vanwege hun van links-naar-rechts manier van kijken, plaatsen het onderwerp meestal rechts. Soms kan dat ook niet anders. Zoals bij deze ravijn. Of je moet aan de andere kant van de personen gaan staan, maar dan kom je in conflict met een andere regel: nóóit tegen de zon in!

Fotocollectie Grand Foulard

Augustus 1950, Pic du Midi de Bigorre, Franse Pyreneeën.

In 1950 zag je het resultaat pas wanneer je al lang en breed thuis was en de foto’s bij de fotohandel ging ophalen. Soms viel dat mee, meestal tegen. Dankzij het manco dat parallax heet – het zoekerbeeld stemt niet overeen met het beeld dat door het objectief valt – staat een deel van de geportretteerde personen buiten het kader.

Ik vermoed dat de maker van de foto niet blij was met het resultaat, misschien werd erom gelachen. Ik vind de foto juist geslaagd. Ik voel de beklemming en de duizelingwekkende diepte die tegelijkertijd aantrekt en afstoot.

Spiegelen

Fotocollectie Grand Foulard

Spiegelsoof Pieter Vastbinder zal het met me eens zijn als ik beweer dat opvoeden voor een groot deel uit spiegelen bestaat. Kijk maar naar de jongen rechts. Gegarandeerd imiteert hij zijn vader die in een gekke bui zijn buik vacuüm zuigt en zijn borstkas laat zwellen. De moeder van de jongen moet erom glimlachen, maar als een boerin met kiespijn. Ze weet dat het origineel steeds minder op het spiegelbeeld is gaan lijken. Over niet al te lange tijd draaien de rollen om, en wordt de jongen het origineel. Helaas spiegelen veel ouders zich niet aan hun kinderen.