
Opgetild worden is fijn. Vanaf de schouder van je vader of moeder, de veiligste plek die je kunt bedenken, mag je de wereld vanaf grote hoogte aanschouwen. Alsof je even in de toekomst kijkt. Natuurlijk ben ik opgetild, vroeger, omdat ik nog niet kon lopen, omdat ik te moe was, of zomaar, alleen kan ik me dat niet meer herinneren. Dat geeft niet, misschien hoort dat zo.

Misschien is het een veeg teken als ik me dat wél zou kunnen herinneren. Opgetild worden is leuk, maar op een bepaald moment moet je daarmee ophouden. Anders slaat de balans om van weemoed naar ongemak.
