Verloren

Langs de toegangsweg naar het strand staan manshoge zuilen van verweerd plexiglas. Ze zijn gevuld met kleurrijke stukken plastic en ander afval, netjes gesorteerd. Eén voor dopjes, één voor flesjes, één voor sigarettenpeuken. En, opvallend, één met niet-coronaproof afval ‘dat in of rond de mond heeft gezeten van onbewuste mensen’: mondkapjes, sigarettenpeuken, lepels, rietjes, bekers, blikjes.

De zuilen hebben als doel om ‘onbewuste mensen’ bewust te maken, maar natuurlijk werkt dat niet. Ze zullen bij die zuilen hooguit denken: blijkbaar zijn er idioten die mijn troep opruimen en ook nog de moeite nemen om die te sorteren. De organisatie die de zuilen heeft geplaatst, weet dat natuurlijk ook en doet door middel van affiches een beroep op de milieubewuste strandganger om na elke wandeling een beetje troep van een ander mee te nemen. ‘Zo houden we samen het strand schoon’.

Wat veel meer indruk maakt, zijn de trossen schoenen en slippers die aan een dranghek zijn geknoopt. De aanblik van dat schoeisel stemt weemoedig. Ik voel de neiging om het strand af te speuren naar de ontbrekende helften die nu ergens als een verweesde babyzeehond in de branding liggen te krijsen. Nu weet ik ook waarom die schoenen hier hangen en niet in een plexiglazen zuil zijn beland. Ze zijn niet weggegooid, maar verloren. Dat maakt een groot verschil.